Posts tonen met het label Plusklas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Plusklas. Alle posts tonen
donderdag 16 november 2023
Positieve invloed van plusklassen voor begaafde leerlingen
Heeft een plusklas een positieve invloed op het zelfregulerend leren van begaafde leerlingen? Deze vraag werd gesteld aan de Kennisrotonde van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. Het korte antwoord: ja, het complete antwoord ligt genuanceerder. Voor een positieve invloed is het belangrijk dat de leerkracht expliciet de leerlingen strategieën voor zelfregulerend leren aanleert. Daarnaast is emotionele ondersteuning door begaafde medeleerlingen van belang. Dan kunnen ze elkaar motiveren om door te zetten en goed werk af te leveren. Er zijn geen aanwijzingen dat meer uren in een plusklas bijdragen aan de ontwikkeling van zelfregulerend leren. Open het volledige rapport op de website van de Kennisrotonde
donderdag 12 januari 2023
Doelen stellen met de plusklaskids doe ik zo!
De Vries, M. (2023, 11 januari). Doelen stellen met de plusklaskids doe ik zo!
Open de post Doelen stellen met de plusklaskids doe ik zo! op LinkedIn
Open de post Doelen stellen met de plusklaskids doe ik zo! op LinkedIn
woensdag 9 maart 2022
Voelen hoogbegaafde kinderen zich beter in een klas met andere hoogbegaafde kinderen of juist in een heterogene klas?
Hoogbegaafde leerlingen kunnen zich zowel in een heterogene als homogene klas prettig voelen. Voordeel van een klas met andere hoogbegaafden is dat zij onderwijs krijgen dat beter past bij hun leerbehoeften. Het effect op het welbevinden hangt echter ook af van (onder andere) kenmerken van het kind en de lesstijl van de leraar. Het is dan ook belangrijk om individueel af te wegen in welke soort klas het kind zich het best voelt.
Open Voelen hoogbegaafde kinderen zich beter in een klas met andere hoogbegaafde kinderen of juist in een heterogene klas?
Open Voelen hoogbegaafde kinderen zich beter in een klas met andere hoogbegaafde kinderen of juist in een heterogene klas?
donderdag 10 december 2020
Hoe verbind je twee eilandjes? : extern verrijkingsonderwijs en reguliere groepen
Idealiter ervaren leerlingen een soepele overgang en logische samenhang tussen het
aanbod in een reguliere klas en een bovenschools verrijkingsprogramma. De praktijk is
helaas vaak anders. In dit artikel in Beter Begeleiden (december 2020) delen Jaap Verouden en Annelies de Muijnck (werkzaam
voor de Day a Week School) tips om de samenhang te bevorderen.
vrijdag 15 november 2019
'Speciaal onderwijs' voor slimme leerlingen : gaan we verstandig om met onze slimme leerlingen?
Joop A.E. Smits
Nijmegen : Radboud Universiteit, 2019. - 258 p.
Met lit. opg.
Verslag van onderzoek met als doel het vaststellen of hoogbegaafde kinderen profijt hebben van een speciale voorziening voor hoogbegaafde leerlingen, het Voltijd Hoogbegaafdenonderwijs (VT-HB). In het onderzoek is gekeken naar de cognitieve en affectieve onderwijsresultaten van schoolverlaters in het VT-HB-onderwijs. Hoogbegaafde leerlingen van VT-HB-scholen blijken gemiddeld beter te scoren op twee cognitieve indicatoren in absolute zin voor de drie vakken rekenen/wiskunde, spelling en begrijpend lezen dan leerlingen van zusterscholen, reguliere scholen die onder hetzelfde regiem vallen als VT-HB-scholen. Een kanttekening die hierbij wordt gegeven is dat het feitelijk niveau bij aanvang al significant beter was bij alle vakken. Er wordt geconcludeerd dat de gunstige cognitieve onderwijsresultaten nauwelijks verklaard worden door kwaliteitskenmerken van het VT-HB-onderwijs (alleen bij spelling). Maar Smits stelt dat dat de voorsprong bij aanvang met een gecomprimeerd leerstofaanbod en in een sterk gereduceerde onderwijstijd significant toeneemt bij de vakken spelling en begrijpend lezen. VT-HB-scholen realiseren ondanks het comprimeren van de leerstof in een relatief korte tijd toch veel extra leerwinst voor de vakken spelling en begrijpend lezen en zorgen ervoor dat de achterstand bij onderpresteerders vanuit het basisonderwijs wordt omgezet in een voorsprong. Een kritische bevinding bij de leerresultaten is echter dat een kwart van de hoogbegaafde leerlingen geen profijt heeft van het VT-HB-onderwijs. Daarnaast zijn worden de interpersoonlijke competenties gunstig beïnvloed door het VT-HB-onderwijs; is de reikwijdte van het leerstofaanbod en de afwisseling in werkvormen beter; en blijkt de kwaliteit van het didactisch handelen en van de school als organisatie op veel aspecten significant beter te zijn dan deze aspecten in het basisonderwijs op de ‘zusterscholen’. Smits concludeert dat er voldoende redenen zijn om het bestaansrecht van het VT-HB-onderwijs te rechtvaardigen. Verder blijkt dat de kwaliteit van de schoolleiding vooral van invloed is op de kwaliteit van de school als organisatie en op het handelen van leraren, maar niet rechtstreeks op de onderwijsresultaten; dat het welbevinden van leraren en leerlingen niet samenhangt met de leerresultaten; dat sociale veiligheid en structuur van belang zijn voor de persoonsontwikkeling; dat het 'Big Fish-Little-Pond-Effect’ niet wordt bevestigd; en dat een zeer hoog IQ nauwelijks toegevoegde waarde heeft voor onderwijssucces. Er worden ten slotte aanbevelingen op leerling- en schoolniveau gedaan voor het VT-HB-onderwijs.
Open 'Speciaal onderwijs' voor slimme leerlingen
Nijmegen : Radboud Universiteit, 2019. - 258 p.
Met lit. opg.
Verslag van onderzoek met als doel het vaststellen of hoogbegaafde kinderen profijt hebben van een speciale voorziening voor hoogbegaafde leerlingen, het Voltijd Hoogbegaafdenonderwijs (VT-HB). In het onderzoek is gekeken naar de cognitieve en affectieve onderwijsresultaten van schoolverlaters in het VT-HB-onderwijs. Hoogbegaafde leerlingen van VT-HB-scholen blijken gemiddeld beter te scoren op twee cognitieve indicatoren in absolute zin voor de drie vakken rekenen/wiskunde, spelling en begrijpend lezen dan leerlingen van zusterscholen, reguliere scholen die onder hetzelfde regiem vallen als VT-HB-scholen. Een kanttekening die hierbij wordt gegeven is dat het feitelijk niveau bij aanvang al significant beter was bij alle vakken. Er wordt geconcludeerd dat de gunstige cognitieve onderwijsresultaten nauwelijks verklaard worden door kwaliteitskenmerken van het VT-HB-onderwijs (alleen bij spelling). Maar Smits stelt dat dat de voorsprong bij aanvang met een gecomprimeerd leerstofaanbod en in een sterk gereduceerde onderwijstijd significant toeneemt bij de vakken spelling en begrijpend lezen. VT-HB-scholen realiseren ondanks het comprimeren van de leerstof in een relatief korte tijd toch veel extra leerwinst voor de vakken spelling en begrijpend lezen en zorgen ervoor dat de achterstand bij onderpresteerders vanuit het basisonderwijs wordt omgezet in een voorsprong. Een kritische bevinding bij de leerresultaten is echter dat een kwart van de hoogbegaafde leerlingen geen profijt heeft van het VT-HB-onderwijs. Daarnaast zijn worden de interpersoonlijke competenties gunstig beïnvloed door het VT-HB-onderwijs; is de reikwijdte van het leerstofaanbod en de afwisseling in werkvormen beter; en blijkt de kwaliteit van het didactisch handelen en van de school als organisatie op veel aspecten significant beter te zijn dan deze aspecten in het basisonderwijs op de ‘zusterscholen’. Smits concludeert dat er voldoende redenen zijn om het bestaansrecht van het VT-HB-onderwijs te rechtvaardigen. Verder blijkt dat de kwaliteit van de schoolleiding vooral van invloed is op de kwaliteit van de school als organisatie en op het handelen van leraren, maar niet rechtstreeks op de onderwijsresultaten; dat het welbevinden van leraren en leerlingen niet samenhangt met de leerresultaten; dat sociale veiligheid en structuur van belang zijn voor de persoonsontwikkeling; dat het 'Big Fish-Little-Pond-Effect’ niet wordt bevestigd; en dat een zeer hoog IQ nauwelijks toegevoegde waarde heeft voor onderwijssucces. Er worden ten slotte aanbevelingen op leerling- en schoolniveau gedaan voor het VT-HB-onderwijs.
Open 'Speciaal onderwijs' voor slimme leerlingen
woensdag 14 november 2018
Van plusklas naar ploeterklas
Over een nieuwe benaming voor de plusklas: de ploeterklas. Gepubliceerd door Floor Raeijmaekers in magazine Gifted@248 (2018).
Steeds meer scholen werken met plusklassen voor (hoog)begaafde leerlingen. Dat is op zich een goede ontwikkeling, omdat het kinderen de kans biedt om een verrijkend onderwijsaanbod te krijgen en in contact te komen met ontwikkelingsgelijken. Tegelijkertijd dient zich een kritische noot aan. En die gaat vooral om de ‘plus’ in het woord plusklas. Open het artikel Van plusklas naar ploeterklas
Abonneren op:
Posts (Atom)



