maandag 6 december 2021

Regel en uitzondering : over passend onderwijs bij hoogbegaafdheid

LBBO (@LBBO1) / Twitter
Hoewel passend onderwijs per definitie moet aansluiten bij de onderwijsbehoeften van een kind, blijkt dit in de praktijk lang niet altijd te kunnen worden gerealiseerd bij leerlingen met kenmerken van begaafdheid. Waarom niet? En hoe moet het dan wel? In dit artikel in het decembernummer van Beter begeleiden zet Sven Matthijssen resultaten van onderzoek naar onderwijs aan deze leerlingen op een rij en geeft handvatten voor het toepassen hiervan. De sleutel tot passend onderwijs blijkt de onderwijsprofessional, die niet alleen weet wát effectief is, maar vooral hóé een methode op dít moment effectief is voor déze leerling.
Open Regel en uitzondering : over passend onderwijs bij hoogbegaafdheid

donderdag 25 november 2021

Spelend leren

Els Schrover
Nijmegen : Centrum voor Begaafdheidsonderzoek, 2021
- Bouwen en spellen bedenken met knijpers
- Schieten met knijpers
- Opdrachten met rietjes van papier
Uitdagend lesmateriaal voor leerlingen, waarbij iedere opdracht altijd meer dan één oplossing heeft en er dus geen vaste manier is waarop het ‘moet’. Het leerdoel van de lessen is het ontwikkelen van zelfinzicht bij de leerlingen, wat betreft hun eigen leerhouding, hun vermogen tot samenwerken en hun eigen denk- en leerproces. Het doel voor de leerkracht bij de inzet van de lessen is hen meer inzicht te geven in deze denkprocessen en hoe de leerlingen omgaan met uitdagingen en problemen. Het gaat om het denk- en leerproces dat zich afspeelt bij de leerlingen, meer dan om het resultaat. De opdrachten zijn geschikt voor heel de klas, omdat de makers hopen dat bij het werken ermee bepaalde leerlingen mogelijk opvallen die bij het reguliere schoolwerk onder de radar blijven en laten ze bij dit soort speelse en ongewone opdrachten meer van hun talenten zien. Tegelijkertijd zijn de opdrachten ‘open’ en spannend genoeg om ook aan de begaafde leerlingen in de klas uitdaging te bieden. Bij elke opdracht is aangegeven wat de punten zijn waarop bij de observatie van de deelnemers gelet kan worden. Ook de leerpunten van de opdrachten zijn aangegeven voor de nabespreking, zodat de leerlingen dat wat ze over zichzelf leren bij een opdracht ook leren te gebruiken voor hun reguliere schoolwerk. De boekjes zijn zowel in te zetten in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs en zijn geschikt voor alle leerlingen.