Voor het promotieonderzoek maakten een groep hoogbegaafde en een groep gemiddeld begaafde kinderen een leerpotentieeltest. Eerst werd een startmeting gedaan, daarna volgende een training en tot slot een aantal opgaven als nameting. De hoogbegaafden begonnen weliswaar op een hoger niveau, maar maakten even grote stappen vooruit als de gemiddeld begaafden. De uitkomst van het onderzoek impliceert dat slimme kinderen dus net zoveel profiteren van training en instructie als gemiddeld begaafde kinderen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten